* * * UITGELICHT : Powerpoint presentatie "De 99 Schone Namen van Allah" * * *

dinsdag 29 november 2005

Lezing Van Bommel / Suikerfeest

ABDULWAHID VAN BOMMEL, 3 NOV 2005
PREEK T.G.V. SUIKERFEEST / EID-OEL-FITR
GEHOUDEN IN AMSTERDAM TIJDENS EEN BIJEENKOMST GEORGANISEERD DOOR EEN INDONESISCHE MOSLIMGEMEENSCHAP

(dit is de originele niet-bewerkte tekst
van de hand van imam Van Bommel)


Imam Abdulwahid van Bommel
DEEL ÉÉN

Alles wat in hemelen en aarde is, verheerlijkt Allah. Er is werkelijk niets dat Allah niet verheerlijkt – zelfs dode materie en levende materie, plantaardig leven, dierlijk leven en menselijk leven. Àlles verheerlijkt Allah. Maar, zegt de koran, we zijn niet altijd in staat die verheerlijking te begrijpen – want iedereen heeft zijn eigen manier en eigen taal om Allah te gedenken… Alle lof zij Allah die de schoonheid van Zijn licht in de harten van de vastenden heeft geplaatst en hen vereert met de verdienste van wat zij in deze maand Ramadan hebben gedaan aan ‘ibadah, aanbidding, die voor hen een weg opent naar de hemel vanwege de dankbaarheid van de moslims hiervoor.

We leven niet in een samenleving waarin de islam als een vanzelfsprekend gegeven wordt beschouwd. We leven in een tijd en ruimte waarin de islam onder druk staat. Als moslims hebben we hier dag en nacht werk aan om voortdurend onze houding tegenover andersdenkenden, andersgelovigen en andersgeaarden te verdedigen en waar te maken. Daarom gaan we kijken naar die teksten in de islam die ons de mogelijkheid en de taak geven daarover te spreken en de dialoog aan te gaan.

Deze lezing van de Ied al-Fitr 2005 staat daarom in het teken van de dialoog en de zelfreflectie. Wanneer ik zeg: “Eenieder is gerechtigd tot vrijheid van geweten en beleving van godsdienstige opvattingen [1]“, denkt u misschien dat ik iets citeer uit een wetboek. Maar dit is een tekst uit de Islamitische Verklaring van de Rechten van de Mens. Moslims hebben in Nederland recht op vrijheid van godsdienst, maar ook de islam stelt vast dat eenieder recht heeft op zijn eigen godsdienst. Terwijl de hardliners van de islam dat niet altijd toekennen. Dit is in tegenspraak met de koran: “Derhalve voor u uw religie en voor mij mijn religie” 109:6.
“En indien Allah sommige mensen niet door middel van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, zijn afgebroken(…)” 22:40
“En debatteer met de mensen van het Boek slechts met middelen die beter zijn dan alleen discussie. Maar zegt tegen de onrechtvaardigen onder hen: Wij geloven in wat ons is geopenbaard en wat u is geopenbaard; en onze God en uw God is Eén. En voor Hem zijn wij moslim.” 29:46

De koran zegt dat Abraham geen jood of christen was, maar een oprecht mens die in overgave tot God leefde en geen afgodendienaar was 3:67. De koran noemt dus de aartsvader Abraham, tot wie joden hun lijn van afstamming wel herleiden, een ‘Moslim’ in de zin van: mens in overgave. Daarom staat Ibrahiem alaihi salâm centraal in onze aanbidding. Wij gedenken hem in onze gebeden na de salawât voor onze profeet Mohammed lezen we altijd die voor Ibrahiem. En heel veel van de handelingen tijdens de hadj, de bedevaart, verrichten wij naar het voorbeeld van de profeet Ibrahiem. Het kan historisch niet worden onderbouwd dat Abraham joods was. Hij leefde immers eeuwen voordat het judaïsme zich op het wereldtoneel onderscheidde van andere volken en culturen. Daarbij komt dat de Arabieren die beweren via Ismaël van Abraham af te stammen dan ook joden zouden zijn.

De islam is door de hele koran genomen beperkt tolerant voor joden en christenen. De koran stelt wel de eis dat joden en christenen minstens de gelijkwaardige status van de islam als geopenbaarde religie niet aanvechten. Wanneer moslimlegers gebieden veroverden waar joden en christenen woonden dan werden die niet gedwongen zich tot de islam te bekeren. Onder de sjari’a kregen zij de status van dhimmi, waaraan zowel rechten als plichten waren verbonden. Zelfs Bernard Lewis is het erover eens dat joden onder moslimregeringen toleranter en met meer begrip werden behandeld dan onder christenregeringen. Dhimmi’s hadden een beperkte mate van autonomie en konden hun eigen godsdienst praktiseren. Zij dienden Djizyabelasting te betalen, maar waren vrijgesteld van Zakâtbelasting. De zogenoemde grondwet van Medina zegt bij monde van Ibn Hisham: “De joden van … [hierna werden één voor één de joodse stammen genoemd] … zijn een gemeenschap gelijk aan die van de moslims. Voor joden hun religie en voor moslims hun religie. Zolang de joodse stammen de moslims niet onrechtvaardig behandelen of anderen tegen hen helpen hebben zij recht op dezelfde steun en samenwerking als de moslims.”

De koran heeft het over joden, christenen en sommige andere geloofsgroepen als lieden van het boek. De profeet Mohammed had een onevenwichtige relatie met de joden en in de koran worden ze een aantal keren zwaar bekritiseerd. Wanneer we alle teksten over de joden, die in de koran staan, trachten te analyseren zien we dat het een goddelijk oordeel is. De Schepper is niet tevreden over de joden omdat ze het niet zo zwaar nemen met de aan hen geschonken openbaring In tweede instantie wordt hen kwalijk genomen dat zij zondigen tegen hun eigen leer. Het wordt de Joden en Christenen kwalijk genomen dat zij elkaar niet erkennen en ook de islam en Mohammed niet! Toch stelt de koran zich tegenover de ‘waarheid in pacht gedachte’ vrij ironisch op: “Maar zij hebben hun godsdienst onder elkaar verdeeld waarbij elke partij zich verheugt over hetgeen zij bezit.” 23:53. Ondanks alles is de algemene regel dat vriendelijkheid tegenover ‘de lieden van het Boek’ is geboden. De grote meerderheid van de ook in de koran genoemde profeten behoren tot de Ban Israïel, de kinderen van Israël: “Wij geloven in Allah en in hetgeen aan ons werd geopenbaard en hetgeen werd geopenbaard aan Abraham, Ismail, Ishaaq, Jaqub en hun afstammelingen, en hetgeen door hun Onderhouder is geschonken aan Mozes en Jezus en alle andere profeten. Wij maken geen onderscheid tussen wie dan ook van hen. Voor Hem alleen zijn wij moslims.” 3:84.

[1] Discussie bestaat hierover met de salafisten die afvalligheid en bekering tot een ander geloof dan de islam, niet tot de vrijheid van godsdienst willen rekenen en onaanvaardbaar achten. Saudi Arabië wilde de Universele Verklaring van de Rechten van de mens vanwege dit punt niet ondertekenen.



DEEL TWEE

Een tweede punt van kritiek op moslims waar we dagelijks mee kampen is: Waarom komen sommige moslims tot zelfmoordacties?

Er bestaan inderdaad suggesties binnen de huidige debatten over ‘het westen en de islam’, en ‘de islam’ en ‘het christendom’, om geweld als onlosmakelijk verbonden te zien aan ‘de islam’ en ‘de moslims’. De kans op extreem geweld is inherent aan elke godsdienst waar God steeds weer als een absoluut heerser wordt voorgesteld en ervaren. Heeft het christendom dat niet sterk beleefd tijdens de kruistochten in de kreet ‘God wil het’? Is het huidige moslimterrorisme niet de zoveelste loot aan de stam van religieus geïnspireerd extremistisch geweld? Mensen hebben soms de neiging in zwart-wit termen te denken. In een tijd waarin Britse moslimorganisaties en individuen, ondanks hun onvoorwaardelijke veroordeling van de explosies in Londen – nu algemeen bekend als 7/7 – van alle kanten onder enorme druk stonden om gemeenschappelijke verantwoordelijkheid – lees: schuld – te accepteren, bleek een van de meest gezonde stemmen onder de politici, die van Ken Livingstone, burgemeester van Londen. Hij antwoordde in een interview dat werd gehouden voor het Radio 4′s Today Programme van de BBC, dat de interventie in Irak door westerse regeringen wel eens de motiverende factor achter deze aanvallen kon zijn. Hij zei: “Ik denk dat we nu tachtig jaar interventies op vooral Arabisch grondgebied achter de rug hebben vanwege de westerse behoefte aan olie. Het bijzondere probleem dat we nu hebben is dat in de jaren tachtig de Amerikanen Osama bin Laden rekruteerden en trainden, hem leerden hoe hij moest doden en bommen moest maken en hem vervolgens los lieten op de Russen om ze uit Afghanistan te drijven. Zij hebben er geen moment aan gedacht dat hij zich daarna tegen zijn scheppers zou kunnen keren.”

Wat zou er moeten gebeuren om een einde te maken aan de aanslagen?

[Ten eerste] Het kan zijn dat de rol van vrouwen en moslimmeisjes erg belangrijk wordt bij ‘ontradicalisering’. De rol van sommige meisjes en vrouwen in de moslimgemeenschap bij de radicaliseringsprocessen is ondersteunend en/of actief. Ze vervullen een bindende rol binnen de gemeenschap en kiezen voor een puriteinse vorm van geloofsbeleving waarbij de vrouw in dienst gesteld wordt van de man. Dit biedt een omgeving die radicalisering accepteert, rechtvaardigt en ondersteunt. Kiezen voor islam betekent nog niet direct radicalisering. Het zijn slechts enkelingen die wel zo ver komen. Als ze elkaar vinden in hun radicalisme en elkaar ook nog eens bevestigen is de stap naar terrorisme niet uitgesloten, maar zelfs dan nog steeds erg groot. Tegen deze achtergrond worden veel gesprekken en debatten gevoerd over bijvoorbeeld de lagere plaats van vrouwen ten opzichte van mannen, de maagdelijkheidscultuur en geloofsbeleving.

Ten tweede zullen vrouwennetwerken regelmatig bijeenkomen om harde noten te kraken en om meisjes en vrouwen te ‘empoweren’. De ontwikkeling van allochtone vrouwen en meisjes die we in het publieke domein tegenkomen ziet er veel positiever uit. Hoewel moslims als groep achterlopen op de autochtone bevolking, zijn jonge moslimvrouwen bezig met een inhaalslag. Meisjes doen het beter dan jongens in taal, gaan vaker naar hoger onderwijs en hebben progressievere denkbeelden over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Vanuit FORUM in Utrecht worden workshops georganiseerd om tot zelfstandige studie van de islam te komen. Voor kaderjongeren uit de kringen die het meest kwetsbaar zijn voor radicalisering. Jongeren luisteren naar jongeren.

De strategie om radicalisering tegen te gaan bestaat voornamelijk uit:
  • Radicalisering voorkomen door gelijkwaardigheid van religies en levens beschouwingen te onderwijzen;
  • Radicalisering tegen te gaan door binnen de moslimgemeenschap te debatteren over de motiverende redenen om te radicaliseren en die te ontmaskeren en in de samenleving meer mogelijkheden voor participatie, werk, wonen en weten te creëren;
  • Te ontradicaliseren door tegenwicht te bieden op websites en debatten te organiseren waar jongeren samenkomen. Ook bij het deprogrammeren van moslimjongeren die de fascinatie van de extremistische islam hebben ondergaan, luisteren zij eerder naar leeftijdgenoten dan naar oude wijze mannen.



DEEL DRIE

Zelfreflectie I

Bij bepaalde groeperingen in sommige delen van de moslimwereld heerst het verlangen om terug te keren naar de bronnen van de islam om zodoende zowel het zielenheil van de bevolking in het hiernamaals als welvaart en welzijn in dit leven te bereiken. De denkfout van de ‘terug naar de zuivere oorsprong’-mensen, of salafisten, bestaat er voornamelijk uit dat zij bestaande wetgeving en beleidsvorming willen vervangen door een letterlijke toepassing van wat zij de wetgeving van de koran noemen. De tragiek bestaat eruit dat je met de realisatie van absolute principes zoals die binnen een historische context van duizend jaar geleden functioneerden, niet automatisch een hedendaagse goddelijke utopie kan bewerkstelligen.

De enige weg naar de vrede gaat via het besef dat we zowel de problematiek als de bijdragen tot oplossingen met de rest van de mensheid gemeenschappelijk hebben. Als moslims dienen we voorwaarden te stellen aan onze omgang met tekst en context van de koran, om islamitische verdraagzaamheid en het respecteren van mensenrechten te kunnen realiseren. Daaronder valt het afrekenen met het triomfalisme van een traditie die, radicaal in strijd met de koran, ervan uitgaat dat de islam sinds 14 eeuwen vastligt. Dit heeft namelijk tot gevolg dat men zich op verschillende manieren afsluit:
  • We sluiten ons af voor het verleden, voor alle wijsheid en openbaring uit vroegere en latere tijden, die ook een boodschap van God zijn, of kunnen zijn;
  • We sluiten ons af voor de toekomst, door ons de mogelijkheid te ontzeggen om op basis van tijdloze principes steeds opnieuw oplossingen te vinden voor steeds nieuwe problemen die er altijd weer door mensen worden gecreëerd, geïnspireerd door een God, die ‘ook in al het nieuwe aanwezig is’, ‘elk moment toont Hij een andere heerlijkheid’, zoals de koran zegt 55:29;
  • En we sluiten ons af voor het heden, doordat we de dialoog blokkeren in de armzalige vaste overtuiging dat de eigen religie de beste is, eenvoudigweg omdat wij alle andere religies en levensbeschouwingen niet willen kennen en bij voorbaat veroordelen.

We dienen als moslims af te rekenen met letterknechterij en verstarring, en ons weer te herinneren wat de koran zelf zegt over het lezen ervan. God spreekt tot de mens in de geschiedenis, maar ook tijdloos en in gelijkenissen. En daarover worden wij gemotiveerd na te denken. Het gaat niet om axioma‘s, waaruit men voor iedere situatie en voor alle tijden antwoorden kan afleiden. Het gaat ook niet om de koran als een orakelboek, maar om voorbeelden die vragen om een argumentatie naar analogie van – en voor het toepassen van – dezelfde wijsheidsprincipes in zeer verschillende, en vaak geheel nieuwe omstandigheden.

We dienen af te rekenen met het legalisme, dat de islam zijn dimensie van verinnerlijking en liefde ontneemt. Al heeft de moderne mens dan recht op rechtvaardigheid en vergelding, als hij de ‘zachtmoedige en barmhartige God’ wil behagen, heeft hij tevens de plicht te gehoorzamen aan de eeuwige ongeschreven wet om kwaad met goed te vergelden, onder meer vanwege de koranverzen:
  • “Doch de vergelding van het kwade is het daaraan gelijke; maar wie vergeeft en zich betert, zal door God beloond worden, Hij heeft zeker de onrechtvaardigen niet lief.” 42:40
  • “…want zij zijn standvastig geweest omdat zij het kwade met het goede weren…” 28:54

Waar de huidige salafisten of fundamentalisten goed in zijn is zich tegen allerlei bijzaken keren. Dit is bid’ah en dat is bid’ah. De wereld is in discussie met de islam en de moslims over grote zaken als vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst, over mensenrechten, milieu de positie van vrouwen en jongeren, en de fundamentalisten willen discussiëren over of je wel of geen soera Yasien mag lezen met een groepje.

Vanwege hun oppervlakkige kennis van de islam doen ze ook foute uitspraken. Gedurende het leven van de profeet Mohammed is er geen Salât at-Tarawîh verricht. De profeet heeft daarover gezegd dat hij het te zwaar achtte voor zijn oemmah en hij heeft bewust de regelmaat van zijn extra nachtelijke gebeden in de Ramadan onderbroken. Later heeft Omar ibn Chattâb ingesteld om de extra nachtgebeden in de Ramadan gezamenlijk achter een imam te verrichten. Hij heeft dus een vorm van ‘ibadah ingevoerd die de profeet niet heeft voorgeleefd. Was dit nu bid’ah? Of is het ‘ibadah? Was dit een zonde om te doen? Niet alleen verricht men in de heilige plaatsen van de islam: Mekka en Medina, twintig rakaat Tarawîh, men voegt er nog eens (gezamenlijk met een imam!) extra gebeden aan toe in de laatste tien nachten van de vastenmaand Ramadan.

Er bestaat net zo’n onzinnige discussie over het gebruik van de soebha of tasbieh: de moslimrozenkrans, het gebedssnoer met 99 kralen. We komen in de vroegste tijd van de islam al tegen dat Abo Bakr As-Siddîq, knopen had gemaakt in een touw waarmee hij de schone namen van Allah telde als hij ze herdacht. Waar zijn de namen van Allah anders voor geopenbaard dan om ze te herdenken? Dit valt allemaal onder de extra ‘ibadah. Dit wordt Nawifil genoemd.

Er zijn uitspraken van de profeet die algemeen aanvaard zijn in de Sihah Sitta, in de zes betrouwbare verzamelingen overleveringen van de profeet Mohammed die juist aanmoedigen tot deze extra vormen van ‘ibadah. Wij hebben vertrouwen in Allah, omdat Hij heeft gezegd: “Ik ben zoals Mijn dienaar verwacht dat Ik ben. Ik ben bij hem als hij aan Mij denkt. Als hij in zichzelf aan Mij denkt, denk Ik aan hem in Mijzelf; en als hij Mij gedenkt in gezelschap, gedenk Ik hem in een beter gezelschap. Als hij Mij een handbreedte nadert, nader Ik hem een armlengte, en als hij Mij een armlengte nadert, nader Ik hem een vademlengte. En als hij lopend naar Mij toekomt, ren Ik naar hem toe. ” (Hadith al-Qudsi; Sahih al-Bochari).

Wanneer moslims bij elkaar komen om dzikrullâh te verrichten, om tahliel, en andere vormen van koranreciet te verrichten om dichter bij Allah te komen of om aan de ziel van een overledene op te dragen behoort dat gewoon tot de extra ‘ibadah. Er is een eeuwenlange discussie gaande over of we dit als bid’ah moeten beschouwen of niet. Sommige geleerden hebben gezegd we dienen onderscheid te maken tussen bid’ah sayyi’a en bid’ah hasana. Een lelijke nieuwigheid of een mooie nieuwigheid. Dit in navolging van de mooie nieuwigheden die de Chulaf’i Rasjidien, de rechtgeleide kaliefen, hebben ingevoerd. Wanneer iemand zegt dat dit zonde is of zelfs een grote zonde, is hij daar misschien zèlf mee bezig. De verantwoordelijkheid daarvoor draagt degene die deze uitspraken doet.



DEEL VIER

Zelfreflectie II

Rechtvaardigheid, welzijn en sociale verbondenheid

Misschien kan je in plaats van de praktijk- en geloofspunten, die we nu een beetje kennen, zeggen dat de islam drie zuilen kent, namelijk rechtvaardigheid, welzijn en sociale verbondenheid naar het op vrijdag in elke preek meest gelezen vers van de koran in alle moskeeën: “Allah gebiedt rechtvaardigheid, weldoen aan anderen en sociale verbondenheid; en verbiedt onzedelijkheid, het kwaad en rebellie. Hij geeft u dit advies opdat u er van moge leren.” 16:90
In de koranuitleg wordt vermeld dat hier drie graden van goed doen worden bedoeld. ‘Adl of rechtvaardigheid is eigenlijk goed met goed beantwoorden of voor wat hoort wat. Ihsân of werkelijke goedheid betekent goed doen zonder dat men iets terug verwacht. En Itâ'i-Qoerbâ, delen als met verwanten, betekent goed doen zonder dat zelfs maar de gedachte bestaat dat men goed doet.

Gelijkheid van alle mensen

“O mensheid!” zegt de koran. “Wij hebben u uit een man en een vrouw geschapen en hebben u tot volken en stammen gevormd om elkaar te leren kennen(…)”. 49:13 Om van elkaar te leren – niet om elkaar te vernederen of trots te zijn op afkomst of huidskleur… Er bestaat een islamitische verklaring van de rechten van de mens. Maar er vindt vrouwenonderdrukking plaats door moslimmannen. De onrechtvaardige positie van de vrouw in het erfrecht en bij het getuigen in rechtszaken hangt samen met economische en maatschappelijke interpretaties van die positie. Die verandert, dus indien een vrouw economisch zelfstandig is en bijdraagt aan de inkomsten, dan wordt de mannelijke superioriteit ook tot zijn ware omvang teruggebracht, omdat de man als mens geen superioriteit boven de vrouw heeft. En als moslims zeggen dat vrouwenbesnijdenis niet van de islam is blijft de vraag open waarom er door moslims dan niet meer aan is gedaan om dat mensonterende gebruik volledig af te schaffen.


Zelfreflectie III

Evenwicht tussen duurzaamheid en verandering

De dichter zei: “Alleen God kan een boom maken”. Hij voegde eraan toe: “Misschien omdat het zo moeilijk is om er een bast omheen te krijgen” . De situatie van de moslimgemeenschap en haar organisaties is precies het omgekeerde. Wij hebben een mooie buitenkant gemaakt, maar er zit geen levende boom in.

In de koran staat: “Ik roep de schemering tot getuige en de nacht en al wat zij omvat en de maan wanneer zij vol wordt; dat u zeker in een staat van voortdurende verandering leeft.” 84:16-19
De verhouding tussen het veranderlijke en het onveranderlijke in de koran en in de schepping is door een aantal eigentijdse denkers behandeld. De islam biedt een ideologie die zowel de vraag naar duurzaamheid als die naar verandering bevredigt. Diepere bespiegelingen onthullen dat het leven elementen van duurzaamheid en verandering in zich heeft – het is niet zo star en onbuigzaam dat het zelfs in detailkwesties geen enkele verandering zou toelaten, noch is het zo buigzaam en vloeibaar dat kenmerkende trekken hun eigen karakter zouden verliezen. Dit wordt duidelijk wanneer we het proces van fysiologische veranderingen in het menselijk lichaam observeren. Elke cel, elk weefsel van het menselijk lichaam vernieuwt zich een aantal malen in iemands leven, maar de persoon blijft dezelfde. De bladeren, bloemen en vruchten van een boom komen en gaan, maar het blijft dezelfde boom. Hij behoudt zijn karakter… Het is een levenswet dat elementen van duurzaamheid en verandering in een harmonisch samenspel gelijktijdig bestaan. De koran echter vraagt ons voortdurend onszelf te veranderen en zegt: “…Allah verandert de toestand van een volk niet tenzij zij zichzelf veranderen…” 13:11

zondag 27 november 2005

Dat lijfwachtje vamme

Een loopje naar de pomp. Even heen en weer voor wat lekkers. De laatste dagen betekent een stap buiten de deur kop erbij, want verwarring heerst alom in die kop vamme. Een loopje naar het benzinestation op de hoek kan dan nog wel. Gewapend met wat lekkers glij ik huiswaarts, de sneeuwmassa begint al aardig op te vriezen. Bij binnenkomst doe ik direct de rituele wassing: het is twintig over zes en bijna tijd voor het nachtgebed. Ja, de nachten vallen vroeg wanneer de dagen korter worden. Ik zijg neer op mijn stoel bij de computer, dicht bij mijn bidhoek en pak alvast het kleedje. Weet je? Mijn gedachten focussen lukt nauwelijks. Even geestelijk op adem komen maar, en dan…

“Is de azaan er al?” Da’s dat lijfwachtje vamme. Kiné. Ze komt erbij en heeft zo te zien weer zin in een knuffel.

“Bijna, meisje,” zeg ik haar en neem haar in m’n armen. Mash’Allah, dat doet me goed. Alsof ze weet wat er speelt in die kop vamme. Ik weet het zelf niet eens.

“Ik wil bij je zijn, papa!” Nou, berg je maar, papa, daar komt weer zo’n overdosis knuffels van Kiné. Nee, daar kan ik niet genoeg van krijgen.

“Alláááááááááhoe Akbar…” Mijn elektronische muezzin Athan 3.0 roept op tot gebed. Deze keer hoeft Kiné me niet tot bidden te manen. Ik sta in de startblokken op mijn kleedje, klaar om het gebed te verrichten, wanneer Kiné vraagt of ze mee mag doen.

“Weet je nog hoe je je moet wassen?”

“Ja papa. Handen eerst, dan mond, neus, guzzigt en m’n armen helemaal tot daar hè. Ook nog die haren en oren.”

“Vergeet je je voeten niet?”

Kiné trots dat ze de wassing helemaal zelf mag doen. “Wel wachten hoor!” roept ze nog, terwijl ze de hoek omgaat, richting de wasruimte. Tijdens het bidden doet ze niet alles mee. Meestal staat ze gewoon naast me of hangt ze tegen me aan en aait ze me wat. Zo van “Ik ben bij je, papa!” Tijdens mijn smeekgebeden haakt ze in en knuffelt met mijn linkerarm. Met moeite hou ik mijn handen open. Bij hoge uitzondering mag ik haar even later zelfs helpen met omkleden. Een hele eer! Ze wijkt werkelijk niet van mijn zijde tot ik haar naar bed breng, waar ze met haar knuffelbeer (waar is haar Ernie toch gebleven?) diep onder de dekens duikt. Het wordt incha Allah -5° C vannacht dus die warmte heeft ze zeker nodig. Slaap lekker, lijfwachtje vamme. Ba suba sama doom, bu neexe Yàlla.

vrijdag 25 november 2005

Sneeuwstorm: Soebhanallah!


Welopgevoed door Onze Oemma (ook het leukste en leerzaamste blad voor gróte moslims :-), roep ik vanmiddag meerdere malen “Soebhanallah”. Ik ben onderweg naar school om de kids op te halen en baan mij een weg door een blizzard. Onze Oemma’s scheppingsverhalen worden doorspekt [sic] met de uitroep “Soebhanallah”, “Heilig is Allah”, een uitdrukking die je gebruikt als je ziet hoe mooi Allah’s schepping is aldus Onze Oemma. Fijn om op die manier de puntjes op de i van islam te zetten, ik bedoel eigenlijk: fijn op op die manier mijn geloofsbeleving een boost te geven.

Nader tot Allah komen is niet zo moelijk hoor. Eigenlijk heel simpel. Zeg “Soebhanallah” bij het aanschouwen of ervaren van moeder (astaghfiroellah) Natuur. Bij het ondergaan van een sneeuwstorm bijvoorbeeld. Bij elke stormvlaag stijgt de vrees voor je Schepper. Simple as that.  In het verleden wilde ik wel eens meer aan mijn geloofsbeleving, mijn imaan, doen door het bijwonen van een studieweekend en kwam terecht in een poel van betweterij waarbij afwijken van de norm, dat wil zeggen de norm van hen die er de (ere)dienst uitmaakten, als blasfemie werd beschouwd. Funest voor de imaan, zeg ik je! [het gaat hier om een bijeenkomst in Eindhoven, waar o.a. haatpreken op cassettes werden verkocht]

Fijn voor de imaan, zeg ik je, zijn simpele ‘regels’ zoals die bijvoorbeeld in de nieuwe Onze Oemma staan, jaargang 2, nummer 2.

Plaatjes van situaties uit het dagelijks leven omringen uitroepen waarin Allah wordt aangeroepen: “Wat zeg je wanneer? Trek lijntjes van de plaatjes naar het goede woord dat erbij hoort.” Dáár kan ik wat mee, fi sabilillah :-)

zondag 20 november 2005

Jihaadoennafs – Nieuws van het front (II)

STROOMSTOTEN Sinds ik het mij kan heugen, associëren mijn hersenen er lustig op los in de vorm van gedachtestromen. Je suis toujours au courant, dus. Hoewel, zó komt een stroom op, zó ebt het weer weg. Een stroomstoot zeg maar, te vergelijken met de pop-ups waarmee tot een paar maanden geleden de website van een Wim T. Schippers fan begon (klik maar eens op de Stroomstoot button hieronder, dan krijg je een idee). Deze website heb ik al eerder aangehaald in mijn weblogbijdrage Fasten your seatbelts d.d. 31 mei 2005. Die weblogbijdrage heb ik omschreven in mijn chronologisch geordend archief als ‘een duizelingwekkende vlucht door mijn herinneringen’.

zo’n stroomstoot is voorbij voor ik het weet
opschrijven maar voor ik vergeet
waarom het ging

ABDUL IN DE WALLEVIS Vroeger dàcht ik er niet aan om het op te schrijven. Die stroomstoten wekten slechts mijn onrust op, ik deed er niets mee:
Het is circa 1981. Ik ben scholier op wat tegenwoordig het Rudolf Steiner College heet (aan de Vredehofweg te Rotterdam). Ik heet dan nog Wilco en in het kader van een snuffelstage kan ik terecht bij het antroposofisch magazine Jonas. Sinds het lezen van “Pietje Bell in Amerika” heb ik aan iedereen die het wel of niet wilde weten, meerdere malen aangegeven journalist te willen worden – de school kan mij voor een weekje plaatsen bij Jonas. Mijn uitvalsbasis wordt het huis van mijn grootouders van moeders kant, opa en oma Schippers (ouders van Wim T.). Ze wonen in Bussum en met een regionale buslijn kan ik in één keer naar een busstation in Amsterdam. Onderweg krijg ik zomaar een aantal van die stroomstoten (dat zijn mijn eerste herinneringen aan dat soort gedachtestromen). Ik weet niet wat ik er mee aan moet. Later zal ik nota bene nog een opleiding volgen aan de School voor de Journalistiek te Utrecht. Na ruim een half studiejaar hou ik het daar voor gezien.

GEDACHTEN VAN ANDEREN? NOU, NIET DUS Een paar jaar geleden. Ik heb die stroomstoten nog steeds. Tijdens verschillende sessies met een psycholoog (van dezelfde praktijk als mijn huidige psychiater) omschrijf ik die stroomstoten als de ‘gedachten van anderen’ die in mijn eigen hoofd opkomen. Nou, niet dus. Het zijn gewoon mijn inspiraties, ingevingen, hersen-spinsels zo je wilt, die ik inmiddels kan ont-wikkelen met een breipen en vormen tot een stukje (vandaar die wollige taal af en toe :-). Dat ontwikkelen zorgt voor orde in de chaos. Dáarom is het een eerste levensbehoefte. “Anders word ik gek,” zeg ik in mijn weblogbijdrage Van Zwarte Piet tot Zwarte Steen d.d. 19 november 2005.

HET VERBAND VAN EEN LITTEKEN EN DE HUMOR ERVAN Vermoeiend blijft het sowieso, hoor. Overal zie ik verbanden, vaak zie ik daar de humor wel van in, want soms gaat het wel èrg ver. Oké, één voorbeeld tot slot van zo’n gek verband (al eerder aangehaald in Fasten your seatbelts, die duizelingwekkende vlucht door mijn herinneringen, maar niet met zoveel details en niet zo gestructureerd):

Op mijn rechterslaap heb ik een groot litteken, dat ik kreeg door een ruzie met een medeleerling toen ik net nieuw was op de Vrije School (Rudolf Steiner College) aan de Vredehofweg te Rotterdam. Deze leerling heet Arne en is tegenwoordig piloot bij, èn eigenaar van, het Florida Flight Training Center www.fftc.info*. Inderdaad, die vliegschool waar… Zal ik hem eens een mailtje sturen? Ik ben benieuwd wat hij vindt van mijn keuze voor islam en van mijn weblog die over die keuze gaat. Ik hou je op de hoogte, incha Allah. Dit kan heel interessant worden…

* web.archive.org/web/20051017080055/http://www.fftc.info/employees.asp

zaterdag 19 november 2005

Van Zwarte Piet tot Zwarte Steen

UPDATE D.D. 7 JANUARI 2013: Onderstaand stukje is niet om over naar huis te schrijven, maar in combinatie met de introductie van drie alinea´s (een soort making of) wel een prima voorbeeld van hoe in het verleden mijn stukjes tot stand kwamen.

“Vrij associëren, da’s vermoeiend joh! Maar ik ben wel blij dat ik er iets mee kan. Die stukjes op mijn weblog bedoel ik. Vol ideeën zitten maar er geen vorm aan kunnen geven? Ik zou er gek van worden.” Het is begin deze week en ik praat met mijn SPV. Ik ben blij met onze sessies en hoop dat ze zich ontwikkelen tot ijkpunten in mijn jihaadoennafs. Vorige week onderweg naar het UWV voor een gesprek met een arts (in verband met mijn ZW): mijn hersenen draaien weer overuren. Inmiddels aangeland in de wachtruimte van het UWV vraag ik aan de receptioniste een papiertje en een pen om de associaties die onderweg bij mij zijn opgekomen te noteren en te ordenen. Wat dan op mijn papiertje komt, is te flauw voor woorden: ‘blij met een dode mus’ en ‘gebakken luchtbuks’ zijn uiteraard ingegeven door de actualiteit [zie onderstaande Nu.nl link], maar niet geschikt voor een stukje waar ik een religieuze draai aan wil geven. Tja, het is niet altijd ‘eid, hè.


Gistermiddag weer met Kiné naar ‘juf’ Majorie gegaan, de logopediste van Kiné. Als onderdeel van de sessie (zo noem ik het maar even voor het gemak :-) van die dag, krijgt Kiné een tekening te zien van een pakjesavond tafereel. Ze luistert naar het verhaaltje verteld door juf Majorie en beantwoordt aan het eind wat vragen. Ondertussen dwalen mijn gedachten af en valt mijn blik op de bewuste tekening. “Huisstofmijter”, associëer ik hardop. De juf kijkt op en lacht. Om de twee niet nog meer te storen, vraag ik om een papiertje en een pen. Terwijl ik de twee toch nog een paar malen onderbreek, begin ik wat trefwoorden te noteren. Al snel gaat het tegen verwachting nu wèl de goede kant op, dat wil zeggen, het wordt al snel de basis voor een stukje, al zijn de zeer vrije associaties volgens mij niet voor iedereen te volgen. Kijk maar naar wat ik als eerste heb genoteerd op dat papiertje:

zwarte piet – pièrre noir – zwarte steen
Zwarte Steen – Hajar al-Aswad – Hajj

Mijn gedachten maken immer hun eigen tawaaf om het voornemen eens in mijn leven die verplichte bedevaart naar Mekka te maken. Jaren geleden heb ik dat voornemen uitgesproken, maar praktische omstandigheden maken de realisatie van dit voornemen tot nu toe onmogelijk, mash’ Allah. Wanneer de hajj nadert – een maand na pakjesavond is het weer zover incha Allah – zijn deze gedachten sterker aanwezig. Waar dan ook. Zelfs in een logopediepraktijk. Wanneer Kiné klaar is en de juf verlost is van mijn interrupties, heb ik dan toch een compleet stukje voor m’n neus. Yes! Mijn hart klopt vol verwachting sneller, want mash’Allah een stukje afhebben is altijd weer kicken. Nee, niemand kan me van mijn stukjes brengen. Behalve mijn Schepper. Alleen Hij kan een stokje steken voor mijn stukjes. Dit is ‘m dan, het stukje geschreven in de logopediepraktijk:

Alweer een taak voor papa

Ahmed weet al van de mijter en de rand, maar als ik Kiné zeg dat ik degene was die vorig jaar op pakjesavond op de huiskamerdeur bonkte en strooide, is ze geschokt. Dit jaar een èchte Piet hoor, laat ze me weten. Kiné bidt vaak met me mee, mash’Allah. Dat ze dan bidt richting de kaäba te Mekka, heb ik haar meerdere malen uitgelegd. De screensaver van mijn computer bevat enkele foto’s van de kaäba – samen met mijn verhalen over de qibla spreken deze beelden zeer tot haar verbeelding.
“Kijk, Kiné! Daar is de kaäba, het Huis van Allah, Baitoellah zeggen ze in het Arabisch.”
“Woont Hij daar dan?” Die vraag was te verwachten…
“Nee, maar zo noemen ze dat Huis, omdat alle moslims daar naar toe bidden, zoals wij doen. Als moslims daar zijn, lopen ze om het Huis heen.” Nou, dat was ‘Het leven van een moslim draait om Allah’, zoals uitgelegd aan Kiné. Dat de kaäba ook de Zwarte Steen herbergt, heb ik haar nog niet verteld. De Zwarte Steen, de Hajar al-Aswad, die wèl belangrijk is voor moslims. Dit in tegenstelling tot Zwarte Piet en andere imaginaire figuren uit de Nederlandse traditie. Als het even mogelijk is, proberen moslims die de verplichte bedevaart doen, deze Steen tijdens de tawaaf te kussen of op zijn minst aan te raken. “Heb ik haar nog niet verteld.” Moet ik maar eens gaan doen dan. Alweer een taak voor papa, fi sabilillah :-)

woensdag 16 november 2005

OnzeOemma.nl : VERNIEUWD!

Mash’Allah, Ahmed is maar wat blij! Zijn bijdrage aan de nieuwe website van “het leukste & leerzaamste blad voor kleine moslims” is het uitspreken van het Arabisch alfabet. Deze bijdrage is terug te vinden in het memory-spel en in de webpagina “Leer Arabisch lezen & schrijven”.

Morgen als Ahmed op school komt, zal hij hem kennende incha Allah als eerste diverse juffen en meesters aanspreken en hen wijzen op OnzeOemma.nl en zijn aandeel. Vervolgens zijn zijn mede- en andere leerlingen aan de beurt. Nou, succes Ahmed, morgen!


De geheel vernieuwde website is mash’Allah een streling voor het oog. Zachte pastel-achtige kleuren die kleine kinderen aanspreken, spelletjes (een website voor kids kan niet zonder :-) en zeer veel inhoudelijke informatie, waaronder een archief van enkele verhalen die eerst in de gedrukte versie van Onze Oemma zijn verschenen. Nou, dit tweemaandelijkse blad mogen ze met recht noemen:

maandag 14 november 2005

[OFF-TOPIC] Maartens verhaal

In de rebound dan en… goááááááál!

Bij het plotseling stoppen van een behandeling met medicijnen kan er een rebound effect optreden. Dat wil zeggen een terugval, waarin de klachten – die door de behandeling moesten verminderen – juist versterkt terugkomen. Ik heb het hier met name over ritalin/methylfenidaat als medicatie voor mensen met ADHD. Mijn aandacht voor ADHD als side topic op mijn weblog, heeft mij in contact gebracht met diverse volwassen ADHD’ers met elk hun eigen verhaal. Over onbegrepen zijn in het verleden, de zekerheid na de diagnose, de onzekerheid van ‘hoe nu verder dan?’ Daar ADHD een side topic moet blijven, zal ik je incha Allah niet van alle verhalen deelgenoot maken. Eén verhaal springt er echter zó uit, dat ik je het wel móet vertellen. Dus, ik verlaat nu even de main topic van mijn weblog (Islam in mijn dagelijks leven) en neem je mee terug in de tijd van één van die bovengenoemde volwassen ADHD’ers. Zijn naam is uiteraard gefingeerd – de medische kant van zijn verhaal, zijn versie van het gebeuren, is intact gelaten.

ISOLEMENT Het is herfst 1968. Maarten is bijna dertig en voelt niets voor al die experimenten waarin mensen zich storten. Ja, de sixties duren in Nederland véél langer dan in de States. Maarten voelt zich sowieso voor veel dingen tè oud, tè onwaardig, tè … nou ja, nóem maar op. Wat is er aan de hand? Zijn chaotisch denken en doen stoot mensen af, in zijn jeugd drijft dat zijn ouders tot ongenuanceerde uitspraken en handelingen - en hèm in een isolement. Hij hoort er niet bij, staat altijd buitenspel zeg maar. Als volwassene weet hij zich er toe te zetten om gesprekken met een psychiater aan te gaan. Niet dat hij er veel fiducie in heeft hoor, maar ja, dan heeft hij in ieder geval aanspraak. De consulten geven Maarten een tijdelijk gevoel van opluchting en geven de psychiater een gevoel van – in de eerste plaats – machteloosheid. Wat moet ik hier nu mee? Hè. Naar gelang de gesprekken vorderen en de psychiater meer inzicht krijgt in het innerlijk van Maarten (moeilijk hoor, want Maarten springt van de hak op de tak) krijgt hij een ingeving.

EXPERIMENT Het zijn zoals gezegd de sixties en met name op het gebied van de psychiatrie worden er vele behandelingswijzen aan de eigen inzichten van specialisten overgelaten, waarbij er nauwelijks aan onderlinge kennisoverdracht wordt gedaan – ieder zijn eigen toko, zeg maar. Na lang wikken en wegen, besluit Maarten’s psych zijn patiënt te behandelen met ritalin/methylfenidaat. Dat zou hem rust moeten geven. “Maar waarom en hoe lang moet ik dat spul gebruiken dan?” vraagt hij. Maarten is verbaasd, want hij kent methylfenidaat alleen onder die andere naam: speed. “Een jaar of vier,” zegt de psychiater. “En dan moet die chaos in uw hoofd zijn verminderd.”

GOÁÁÁÁÁÁÁL! Vier jaren later en Maartens doel is bereikt. Lijkt bereikt. Maarten kent meer rust, stoot minder mensen af, krijgt daardoor meer zelfvertrouwen en begint warempel weer te werken. Hij houdt op met de medicatie (behandeling geslaagd, zo lijkt het) en in vol vertrouwen gaat hij de toekomst tegemoet. De psychiater heeft goed gezien dat methylfenidaat kan helpen. Het is nog in het pré-MBD pré-ADHD tijdperk, het zal nog tot in de midden jaren negentig duren voordat ook bij volwassenen de diagnose ADHD kan worden gesteld. Maartens psychiater is zijn tijd ver vooruit, zo ver dat hij nog niet weet dat zo’n behandeling met methylfenidaat in principe niet gestaakt mag worden. Maarten krijgt wat ze noemen een rebound, een terugval, en glijdt snel weer af. Er volgt een periode van ruim twintig jaar met opnames, psychoses, verkeerde diagnoses en dus verkeerde medicijnen en dus nieuwe klachten en dus… Tot hij midden jaren negentig zijn huisarts informeert over een medicijn dat hij jaren geleden kreeg en dat wèl hielp om zijn hoofd niet over te laten lopen. Dan begint het balletje te rollen en blijkt ook op andere plaatsen in Nederland en de rest van de wereld het inzicht te (zijn) ontstaan dat ADHD ook bij volwassenen kan voorkomen en ook bij hen met (onder andere) methylfenidaat dient te worden behandeld.

GEDANE ZAKEN “Als dit, als dat…” Af en toe wordt Maarten er wel eens moe van, zijn gehele leven had er anders kunnen uitzien, wanneer die eerste psychiater ook de kennis had gehad om te weten dat de behandeling met methylfenidaat niet zomaar mocht worden gestopt. Maarten weet ook dat terugkijken geen zin heeft. “Gedane zaken nemen geen keer,” zei zijn moeder altijd. “Hé, toch iets goeds van haar geleerd,” denkt Maarten. Hij glimlacht en besluit zijn oude en wijze moeder weer eens op te zoeken om de strijdbijl te begraven.

vrijdag 11 november 2005

Jihaadoennafs – Nieuws van het front (I)

Met bovenstaande kop begin ik voortaan de weblogbijdragen waarin mijn jihaadoennafs, mijn innerlijke strijd tegen mijn ego, mijn nafs, ter sprake komt. Mijn inspanningen om mijn ADHD de baas te worden, zullen incha Allah dat nieuws bepalen (daarom worden deze bijdragen incha Allah in de categorie Na de diagnose ADHD geplaatst).

Vanmiddag ben ik naar mijn psychiater geweest. Nauwelijks binnen steek ik de loftrompet over ‘mijn’ SPV waarmee ik twee maandagen geleden een eerste oriënterend gesprek heb gehad. Doorratelen doe ik tot mijn eigen verrassing minder, fijn om te merken dat ik nu zèlf op de rem kan trappen waneer ik praat (was dat buiten de praktijk ook maar zo :-).

“Dat praten met die SPV over wat anders dan pillen helpt pas ècht,” zeg ik. Nou, dat is niet tegen het zere been van de psychiater, maar leuk is anders.

“Die methylfenidaat [ritalin] helpt ook,” zegt hij. “Anders had je niet zo’n goed gesprek met die SPV kunnen hebben. Naar de gelang de medicatie vordert, sta je meer open voor wat een ander zegt.”

“Daarom heb je pas een paar weken geleden voor mij een afspraak gemaakt met hem, hè.” En ik verwijs naar wat hij eerder heeft gezegd over openstaan voor wat een ander heeft te zeggen (zie mijn weblogbijdrage Is er tijd voor een echt gesprek? d.d. 27 mei 2005).

Tenslotte geef ik mijn psychiater mijn nieuwe gewicht door. Lang heb ik mij niet willen wegen en ben ik uitgegaan van een lichaamsgewicht van zo’n 110 à 115 kilogram (waar mijn medicatie van 110 mg methylfenidaat per dag op is gebaseerd). Na het laten van een antidepressivum (uiteraard in overleg met mijn psych, zie mijn weblogbijdrage Toeval bestaat d.d. 9 oktober 2005) is de bijwerking gewichtsverlies weer terug van geweest. Mash’Allah, schoon aan de haak weeg ik nu 105 kilogram. Mijn laatste innamemoment van 20 uur (10 mg) wordt nu geschrapt. Mijn medicatieschema noteer ik nu als 08u/3, 11u/2, 14u/3, 17u/2 – waarbij het cijfer achter de slash staat voor de hoeveelheid pillen (10 mg per pil).

Een grauwe sluier is van mijn gemoed gehaald. Verwarring steekt nog wel eens de kop op (bijvoorbeeld wanneer ik moet afrekenen in de buurtsuper, tot ergernis van de kassières wil ik daar nog wel eens een file veroorzaken :-) maar het gaat in het algemeen mash’Allah de goede kant op. Zeker als ik Ndoya zoals vanmiddag door de woonkamer zie swingen op muziek van Fatou Laobé met het volume op tien. Dàt heb ik in tijden niet meer meegemaakt. Heel wat anders dan die zwaar-depressieve periode die ik in mijn chronologisch geordend archief heb gemerkt met deze tekens ••••••••••• voor de datums van de betreffende logs. Wanneer je de categorie Na de diagnose ADHD betreedt, hoor je een engelstalige nasheed die mij door zijn impact in een duistere put heeft gegooid (de ik-persoon in dit lied beschrijft hoe hij zijn laatste adem uitblaast en de reis naar het eeuwige begint). Alhamdulillah ben ik al lang weer uit die put en kan ik weer genieten van bijvoorbeeld een op Fatou Laobé dansende Ndoya die zich verheugt op het weekend.

Papa, bidden! (II)

Het is vrijdag. Ahmed en Kiné hebben een halve dag vandaag. Net terug van school gooit Ahmed zijn jas in de gang, laat zijn schoenen daar waar hij ze uit doet en maakt een spurt naar de woonkamer. Onderweg naar de computer geeft hij zijn bestelling door.

“Twee boterhammen met chocola, papa!”

Is Ahmed net bezig met met één of ander spelletje, komt de pop-up screen van Athan 3.0 tevoorschijn. “Allaaaaahoe Akbar…” Het is tijd voor het middaggebed, salaat al-zohr. Ik ga niet naar de moskee, dus zijn het gewoon vier rakaat die ik moet bidden, zoals bij een ‘gewoon’ middaggebed. Ahmed is tè geconcentreerd bezig (van wie zou hij die hyperfocus nou hebben :-), hij klikt astaghfiroellah de pop-up weg, terwijl de oproep blijft doorklinken. Kiné hoort de oproep.

"Papa, bidden!"

Dat heb ik al eerder van haar gehoord. Maar deze keer voegt Kiné de daad bij het Woord. Wil ik net die choco-bammetjes voor Ahmed maken, trekt ze me naar mijn ‘bidhoek’ en duwt ze mijn gebedskleed in de handen.

“Zo,” zegt ze.

“Wat zo?” zeg ik. “Wat MOET ik nog meer doen, voor ik MAG bidden?” De nuance in deze vraag ontgaat haar volledig.

“Ja papaaa, de japp (= rituele wassing),” zegt ze en met harde hand duwt ze me naar de wasruimte. Ndey saan. Van ‘geen dwang in de godsdienst’ heeft ze nog niet gehoord. Hier ligt weer een taak voor papa :-)

woensdag 9 november 2005

Papa, pilletje! (II)

“Dat vermaledijde methylfenidaat!” Zo laat ik mij wel eens uit over mijn pilletjes. Dat ze tòch helpen blijkt gisteren wel. Mijn innamemoment van 14 uur over het hoofd gezien (30 mg), ga ik ruim een half uur later naar school om Yande, Ahmed en Kiné op te halen. Pas tegen het volgende innamemoment aan (17 uur, 20 mg) word ik mij bewust van een groeiende angst en onzekerheid. Helemaal nadat ik voor de tweede keer in korte tijd in verwarring bij de kassa van de buurtsuper sta en de kassière mij nota bene moet hèlpen met afrekenen.

Na thuiskomst lig ik even op de bank en dan gaat het weer. Blijkt dus dat die vermaledijde pilletjes wèl helpen tegen angst, onzekerheid en verwarring. Die chaos en drukte zijn er nog steeds. Alhamdulillah is er dus wel vooruitgang geboekt, maar ik was mij nog niet bewust op welk vlak die vooruitgang plaats vond. Totdat die angstonzekerheidverwarringenwatalnietmeer cocktail begon te werken: juiste innames van die pilletjes werken die cocktail tegen blijkt dan.

“Papa,” zegt Yande vanmorgen, “je moet die pilletjes niet meer vergeten hoor! Oké?” Ik dank Allah soebhana wa ta’ala op mijn blote knieën voor mijn gezin. Incha Allah is onze zwaarste periode nu achter de rug en kan het nu incha Allah alleen nog maar beter gaan. Wederom heb ik steun aan een smeekgebed dat, zoals ik al eerder heb geschreven in één van mijn eerste weblogbijdragen, gelijk een parel gevat is in een vers. Vers 286 van hoofdstuk 2:

(In de Naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle)
Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient. (Bid daarom:) “Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of een fout hebben begaan. Heer, en belast ons niet zoals Gij degenen die voor ons waren hebt belast. Onze Heer, belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen) en wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis en wees ons barmhartig. Gij zijt onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk”
(Allah’s woord is Waarheid)

maandag 7 november 2005

De moslimwitz (VIII) Mor Bâ, witzkundige

Mor Bâ
Ndoya en ik bekijken de video “Fatou Laobé à Sorano” (NDH 68, productiejaar ca. 2000). Haast weggestopt op deze qua beeld, geluid en montage slecht geproduceerde video van Senegal’s first lady of mbalax, zien we heel eventjes de komiek Mor Bâ voorbij komen. Hij is wat wij hier in Nederland een cabaretier zouden noemen. De tijd die hem op deze video voor zijn sketch is gegeven, doet hem geen eer aan. Volgens mijn betrouwbare bron Ndoya, mijn first and only lady, staat Mor Bâ bekend om zijn clowneske humor met diepgang. Hij neemt nogal eens moslims en hun manieren van doen op de hak (met daarnaast o.a. de obligate imitaties van politici en andere bobo’s). Men weet niet wat een witz is, een moslimwitz bedoel ik hier, tot men Mor Bâ, witzkundige pur sang, heeft gehoord en vooral gezien (alleen op de Senegalese markt zijn er video’s en DVD’s van Mor Bâ te krijgen). Het visuele, clowneske, aspect is bij hem belangrijk, daarom geeft de onderstaande weergave van de bovengenoemde sketch geen compleet beeld van hem, maar hier moeten we het voorlopig mee doen, totdat er op het internet – en wie weet op de internationale markt – beeldmateriaal van hem is te vinden (als je het televisiekanaal RTS1 kan ontvangen, heb je geluk; daar komt hij regelmatig langs als de huiskomiek van Nationaal Theater Sorano; klik op deze link voor alle informatie over de ontvangst van RTS1 in Europa).


DE SKETCH

Mor Bâ doet de sketch in de Wolof taal, met een zwaar aangezet Peulh accent (hij is Peulh van origine). De ene keer spreekt hij in eerste persoon (aangeduid als ‘P1′), de andere keer in derde persoon (aangeduid als ‘P3′). Soms volgen deze personen elkaar in rap tempo op:

We zijn ergens buiten, de wind waait hard door de palmen. Een Peulh (Mor Bâ) tracht een biljet van vijfduizend francs cfa uit de pochet van zijn boubou te halen. Hij is praktizerend moslim; ook een simpele financiële handeling als deze doet hij in de Naam van zijn Onderhouder, zijn Rabb:

P1 “Bismillahi Rahmani Rahiem” zegt de Peulh en hij reikt naar de pochet. Tot diens ontzetting is het biljet gevlogen. Meegenomen door de wind?

P1 “Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien.” De Peulh kijkt nog eens goed, maar nee, niks, nada. “Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien.” Nee, ci kaaw amul dara, de pochet is ècht leeg. “Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien,” zegt de Peulh nog eens en Mor Bâ richt zich tot de zaal:

P3 “Mu xam ne nak, cinq mille b[ole], cinq millëm la! Ba mu yèkketi boppem di seen cinq mille bi naw bu fole, mu commencer joy nak!” “Nou, hij weet het zeker, die vijfduizend daar ergens, die zijn van hem [die moet hij weer terug]!. Hij kijkt omhoog, ziet de vijfduizend vliegen in de verte en begìnt dan toch te huilen, joh!”

P1 De Peulh huilt luid en spreekt tegelijk. “Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien, [Ar-Rahmaani Rahiem], Maaliki Yaawmiddien…”

P3 “Benn waye far cinq mille bi.” > “Plukt er een gozer de vijfduizend [uit de lucht].”

P1 De Peulh wordt wanhopig en wenkt de gozer in kwestie. “Iyyaka na’boedoe…” De gozer geeft geen sjoege. “Iyyaka na’boedoe…” Hé, hiero! gebaart de Peulh, terwijl hij blijft steken in “Iyyaka na’boedoe…”

P3 “Waye ji xol ko, mu ne: ‘…wa iyyaka nasta’ien’.” > “De gozer kijkt [de Peulh aan, die legt de rechterhand op z'n hartstreek en] zegt dan: ‘…wa iyyaka nasta’ien’.” De blik van de gozer maakt dus indruk. De Peulh vraagt zijn Onderhouder, zijn Rabb, om hulp en laat de gozer met rust.

Deze sketch wordt opgevoerd in een razend tempo. Senegalees theater is theater van het grote gebaar en, vooral in komische stukken, rollende ogen; daar is Mor Bâ geen uitzondering op. De sketch is echter gefilmd in één groot totaalshot met slecht geluid, zo komt dat grote gebaar nauwelijks uit de verf (van Mor Bâ kun je de ogen trouwens nauwelijks zien, zie de foto). Bovendien vallen we door een montagefout ergens tijdens “Bismillahi Rahmani Rahiem” in het verhaal. Ik hoop van ganser harte dat eventuele video’s of DVD’s van deze komiek meer recht doen aan zijn mash’Allah talenten dan deze aanfluiting van een registratie.

zaterdag 5 november 2005

Papa, bidden! (I)

Eergisterenmiddag. Na een bezoek van Kiné aan ‘juf Majorie’ (logopediste) neem ik haar mee naar de islamitische slager. Voor ik met Kiné vertrok, zei Ndoya me dat ze heel erg zin had in panné, kleine gepaneerde gehaktballetjes, geserveerd met verse baguettes uit-de-oven. Ik snel de slager binnen, koop een kilo half-om gehakt (schaap-rund!) en scheur terug naar huis. Binnengekomen dump ik de boodschappen op het aanrecht, was ik mijn handen en begin ik met het (voor)bereiden van de panné, één van mijn specialiteiten.

“Papa, je moet nog bidden!” Da’s Kiné. Ik kijk verbaasd op en zie dan vanuit de keuken dat het beeldscherm van mijn computer in de woonkamer de pop-up screen van Athan 3.0 weergeeft. Athan 3.0 is software van Islamicfinder.org waarmee je vijf keer per dag de oproep tot het gebed (azaan) uit je computer kan laten klinken, helemaal afgesteld op de geografische ligging van je woonplaats en met keuze uit vijf verschillende rekenmethodes, met de mogelijkheid om die ook nog eens aan de lokale situatie aan te passen. Sinds kort heb ik deze software weer op mijn computer geinstalleerd en al heel snel zijn mijn kinderen er aan gewend geraakt. Zo kan ik ze eindelijk vertrouwd maken met de azaan en de doa die daarna dient te worden uitgesproken. Door de installatie van Athan 3.0 klinkt nu bij het opstarten van de computer altijd “Bismillahi Rahmaani Rahiem” uit de speakers. Mash’Allah! En, zoals je weet, ben ik nogal eens ge(hyper)focust op een bezigheid of een gedachte. Dan wil ik wel eens een azaan voorbij laten gaan, zonder aanstalten te maken. Alhamdulillah zijn er dan mijn kinderen om mij aan het gebed te helpen herinneren, als een soort assistent-muezzins. Mash’Allah!

donderdag 3 november 2005

Suikerfeest, een impressie

Allahoe Akbar, Allahoe Akbar
La illaha ill’Allahoe w’Allahoe Akbar
Allahoe Akbar wa lillahil hamd


07.45 uur ALLAHOE AKBAR
Allah is de Grootste, Allah is de Grootste / Er is geen god dan Allah en Allah is de Grootste / Allah is de Grootste en aan Allah zij alle lof
‘s Ochtends vroeg klinkt deze ‘Eid Takbier door de speakers van mijn computer. Straks incha Allah neem ik Ahmed mee naar de Barbaros moskee in het centrum. Dezelfde moskee waar ik Ahmed in de afgelopen ramadan een keer heb meegenomen voor het tarawih gebed.


FLASH-BACK 
Een paar dagen geleden. Onderweg naar de moskee vertelde ik hem dat ‘de Barbaros’ van origine een school is. “Nou,” zegt het ventje bij het binnentreden van de gebedsruimte, “dan moet dit zéker de gymzaal geweest zijn, papa!” Mash’Allah, nou, aan beweging kwam hij zeker toe: twee rakaat bidden voor we gingen zitten, vier rakaat soenna gebed, vier rakaat ‘isja gebed, vier rakaat soenna en tot slot twintig rakaat tarawih. Gevolgd door drie rakaat witr onder leiding van de imam. Mash’Allah, na afloop was Ahmed werkelijk kapxf2t. Maar tegelijk was hij heel tevreden dat hij alles had meegemaakt.


TAKBIER VANAF DE FIETS
Vanochtend zal het incha Allah anders gaan. Terwijl de chants religieux van de Senegalese tijani moslimbroederschap door het huis klinken (via radio Wazapon), doen Ahmed en ik de rituele wassing en fietsen we direct daarna richting ‘de Barbaros’ voor het speciale ‘Eid-oel-Fitr gebed. Onderweg dragen we op gedempte toon de ‘Eid Takbier voor:

Allahoe Akbar, Allahoe Akbar
La illaha ill’Allahoe w’Allahoe Akbar
Allahoe Akbar wa lillahil hamd


09.15 uur MASH’ALLAH, WAT EEN MENSENMASSA WAS DAT
Net terug van het feestgebed, salaat-oel-fitr! Hier een impressie in de onvoltooid tegenwoordige tijd:

Bij aankomst voor aanvang van het gebed, barst ‘de Barbaros’ reeds uit zijn voegen. Ahmed en ik banen ons een weg naar de gebedsruimte. Ah, daar is de deur! Schoenen uit en naar binnen. En dan: mash’Allah, wat een mensenmassa! Ik ben zeker niet de enige die zijn zoontje heeft meegenomen. Al snel valt mij een drukke dreumes op, gekleed in een fel oranje sweater. “Dat is nog eens wat anders dan tijdens de tarawih, hè Ahmed?” Hij knikt instemmend. Dit is vast en zeker vet cool!

BIDDEN OP 1 M²
Het kost even wat tijd om een open plekje te vinden. Vanuit de verte wordt gewenkt en iemand loodst ons naar een open plekje van ca. 1 m² waar Ahmed en ik samen met moeite twee rakaat kunnen bidden alvorens te gaan zitten. De imam zit links van de mihrab in een soort halve houten kuip vlak boven de grond en houdt een verhandeling. Zijn woorden worden regelmatig aangevuld met opmerkingen van een aantal aanwezigen. De imam gaat daar dan op in. Het is zeker niet mond dicht en luisteren, want het betreft hier nog niet de officiële preek vanaf de hoge preekstoel rechts van de mihrab. Jammer dat ik de interactie tussen de imam en de aanwezigen niet kan volgen, omdat mijn Turks niet optimaal is. Ahmed en ik gebruiken de tijd voorafgaande aan het gebed om de vele calligrafieën te bekijken. Dan vallen onze blikken op het ‘balkon’ boven ons. De gordijnen zijn open! Daar waar normaal de vrouwen (mee)bidden is het nu ook vol mannen. Naar alle waarschijnlijkheid leggen de vrouwen thuis de laatste hand aan de feestdis. Zelfs de zaal rechts naast de gebedsruimte loopt vol met gelovigen. Wanneer er dan mash’Allah nòg meer mensen binnenkomen, gaan de deuren van de oude entreehal van het gebouw (links van de gebedsruimte) open. Binnen no time loopt ook deze hal vol.

AHMED EN IK LEVEREN ONZE BIJDRAGE
Dan loopt er een moskeemedewerker met een kartonnen doos naar de imam toe. Uit de weinige woorden die ik begrijp, maak ik op dat de imam uitlegt wat de waarde is van zakaat-oel-fitr (speciale armenbelasting te innen vóór het ‘eid-oel-fitr gebed). Hij doet zijn deel in de doos. Vervolgens gaan er diverse dozen rond waar de gelovigen hun bijdrage in kunnen doen. Ik pak onze bijdrage erbij, samen houden Ahmed en ik het biljet vast en samen doen we het in de doos die onze kant op komt. Ahmed is danig onder de indruk, kan ik je zeggen.

DREUMES DOLT MET GEBED
Na de inning van de zakaat-oel-fitr en wat woorden van een medewerker van de stichting Barbaros, begint de salaat-oel-fitr, het speciale gebed voor het suikerfeest. Het is altijd weer even wennen, omdat zo’n gebed net iets anders gaat dan normaal. De imam legt het in het kort uit, dirigeert wat late binnenkomers naar open plekken en begint. De dreumes in het oranje rent dartel tussen de rijen door. Ik moet denken aan de woorden van Ahmed toen hij de gebedsruimte voor het eerst van binnen zag: “Nou, dan moet dit zeker de gymzaal zijn geweest, papa!” Vlak voor de imam de roekoe doet (handen op de knieën en een diepe buiging met het bovenlichaam) staat de dreumes voor me stil en probeert oogcontact te maken. “Allahoe Akbar!” zegt de imam. En de hele goegemeente gaat in roekoe. Ook ik buig me dus voorover en kan nog maar nauwelijks het hoofdje van de dreumes ontwijken. Het kind schrikt en smeert hem naar zijn vader, helemaal links in de rij, voordat men in sajdah gaat (ter aarde werpen met het hoofd op de grond).


Als ik dit later aan Ndoya vertel, moet ze net als mij hartelijk lachen. Het doet haar denken aan hoe Ahmed al kruipende haar vader El Hadji Maguette Birama Sarr stoorde tijdens het bidden en begon te ‘spelen’ met diens radio. Mame Birama deed niets (van jonge kinderen pikte hij meer dan van tieners en volwassenen) met als gevolg dat hij zijn radio kon weggooien.


DAN GRIJPT ER EEN STEM NAAR MIJN STROT
Het gebeuren wordt afgesloten met een lezing vanaf de hoge preekstoel, rechts van de mihrab. Wanneer de imam lofprijzingen uitspreekt aan het ‘adres’ van Allah soebhana wa ta’ala, geeft hij aan wanneer de gelovigen dienen te ‘antwoorden’ met de ‘Eid Takbier:

Allahoe Akbar, Allahoe Akbar
La illaha ill’Allahoe w’Allahoe Akbar
Allahoe Akbar wa lillahil hamd

Na een aantal smeekgebeden sluit iemand het geheel af met een recitatie van soera At-Takaathoer, soera 102 van de Heilige Koran. Ik weet niet waar de recitant zich bevindt, maar de stem grijpt mij onmiddellijk bij de strot en enkele tranen beginnen zich op te hopen in mijn ooghoeken.

Mash’Allah, ik besef dat de stem die ik hoor in ‘de Barbaros’ de stem is die mij lang geleden tijdens de oproep tot het gebed zo mijn hart raakte, dat de sluizen werkelijk open gingen: de tranen spoten zo’n beetje uit mijn ogen. Deze keer durf ik echter wèl om te kijken. Wanneer de bijeenkomst ten einde is, vallen de gelovigen elkaar in de armen. Samen met Ahmed loop ik naar de uitgang en in het voorbijgaan geef ik de recitant/muezzin een hand en wens hem een gezegend feest.

klik op deze onderstaande link voor de uitleg van soera 102 in diverse talen:
www.islamicity.com/MOSQUE/ARABICSCRIPT/AYAT/102/102_1.htm


10.45 uur DRACHT MAAKT VERDACHT
Het NS-station van mijn woonplaats. We nemen incha Allah straks de trein naar Fatou, een vriendin van mijn vrouw Ndoya, om daar samen het haar en haar gezin en familie uit het buitenland korité (dat is Wolof voor ‘suikerfeest’) te vieren. Sinds enkele maanden heeft Ndoya er een aantal Senegalese vriendinnen bij. Dat sociale gebeuren van Senegalese vrouwen onder elkaar heeft ze jarenlang node gemist, ze is duidelijk in haar element!
We lopen het station binnen, de hal door en de trap op. Ndoya, Yande, Ahmed en Kiné lopen door naar een bankje, terwijl ik de voorafgekochte treinkaartjes stempel. Als ik klaar ben, draai ik me om, klaar om me bij mijn vrouw te voegen. Mijn oog valt op een reiziger. Mash’Allah, hij is duidelijk een moslim en klaarblijkelijk onderweg naar familie of vrienden om na het gebed het suikerfeest te vieren. Mash’Allah! De man is gekleed in vol ornaat: traditionele dracht en een wit plat petje. Een lange baard completeert het geheel.
Mijn vreugde wordt wat getemperd, wanneer ik zie hoe zijn aanwezigheid andere reizigers stoort of wellicht angst inboezemt. Eenieder die zich duidelijk als moslim kleedt, lijkt per definitie verdacht. Gisteren nog werden er twee onschuldige moslims gearresteerd na tips van ‘oplettende passagiers’ (zie deze link). Ndeyesaan, mensen loeren naar hem of lopen met een grote boog om hem heen. Nou, in de trein zal hij alle ruimte hebben. Elk nadeel hep z’n voordeel nietwaar, of was ‘t nou juist andersom? Hoe dan ook, heden ten dage wordt je op je dracht beoordeeld. Of je nu Lonsdale, Karl Kani of een djellaba draagt. Gekker moet het niet worden, hoor…


11.15 uur AHMED’S ZORG VOOR DE ARMEN
“Samen hebben we het geld in de doos gedaan, mama!” roept Ahmed vol trots door de coupé heen.
We zijn onderweg en zitten in een volle trein. Hij vertelt over de inning van de zakaat-oel-fitr van vanochtend.
“Dat is geld voor arme mensen, dan kunnen ze ook feest vieren!” zo luidt zijn uitleg. Dan betrekt zijn gezicht ineens. “Maar wat nu als je die zakaat-oel-fitr niet kan betalen?”
“Nou, Ahmed, dat is geen probleem,” zeg ik. “Als je het niet hebt, dan ga je toch gewoon naar het feestgebed. Wie weet ben jij dan wel één van de mensen waar ze wat geld aan geven uit één van die kartonnen dozen.”
“Ooh…” Ahmed is zichtbaar opgelucht en concentreert zich weer op de koeien en andere beesten op het platteland die aan zijn ogen voorbij razen.


17.45 uur FEEST, MET BIDMOMENTEN VOOR BEZINNING
Net diouli timiss gedaan (avondgebed). Eindelijk heb ik wat tijd om weer wat te schrijven. Mash’Allah! Er gaat niets boven korité (suikerfeest) vieren in groot gezelschap. Gezellig samenzijn, muziek luisteren, af en toe voetjes van de vloer, en op gezette tijden is het tijd voor een gebed (salaat). Dan gaat de muziek uit en na het smeekgebed (doa) dat de salaat besluit, gaat de volume weer op tien.

ABDUL’S AZAAN
Aan Moussa, de man des huizes, heb ik mijn weblog laten zien. Blij verrast is-t-ie, mash’Allah! Bij het horen van de mp3 track “Abdul’s Azaan” is zijn eerste vraag of het in Senegal is opgenomen. Ik leg uit dat ik met Audacity 1.2.3 en een simpele microfoon achter de computer gezeten de oproep tot het gebed heb voorgedragen. Daarna heb ik met hetzelfde programma galm en echo toegevoegd, vervolgens heb ik er wat geluiden doorheen gemixt en klaar is Kees Abdul. Luister: archive.org/details/Azaan_761

LAMSBOUT EN LAMB-JI : AANVALLEN!
Ndoya ziet mij vanuit de keukenhoek bezig zijn. Ze haalt me bij de computer vandaan, voor ik Moussa overlaad met informatie. Samen met Fatou ontfermt ze zich in de keuken over twee lamsbouten. Elke bout wordt met een scherp mes diep ingekerfd. Vervolgens worden de bouten ingewreven met een mengsel van uien, mosterd en diverse specerijen (een geheim recept, dus uitwijden mag ik hier niet :-) En dan gaan ze de oven in. Dat is inmiddels al uren geleden. De gasten worden wat ongeduldig en doden de tijd met het kijken naar theater van een Senegalese theatergroep, “Soleil Levant de Thiès”, het betreft het stuk “Lamb-Ji”. Nee, al doet de titel het wel vermoeden, gaat het verhaal gaat niet over een jong schaap maar over een magere nietsnut die geld wilt verdienen met Senegalees worstelen (‘lamb’ in het Wolof). Het is volkstheater van het-grote-gebaar dat met bordkartonnen personages makkelijk de lachers op zijn hand krijgt (‘Rire à gogo’ zo vermeldt de DVD-hoes).
“Mama, heeft twee lammetjes in de oven gedaan,” roept Khady, de jongste dochtertje van Fatou, verontwaardigd. “Dat vind ik zielig.”
“Nee joh, dat zijn twee stukken vlees-met-bot,” zegt Ahmed. “Ze waren al lang dood, hoor, toen je moeder ze in de oven stopte.”
“Ja,” legt Yande uit, “ze maken ze eerst dood en dan maken ze er eten van.”
“Tòch vind ik het zielig!” besluit Khady. Ahmed eet trouwens geen of nauwelijks vlees. Niet uit mededogen maar gewoon omdat hij het niet lekker vindt. Toch vegetariër van nature? Dan worden de twee bouten binnengebracht. Ze zijn zo lang en sans pitié gegrild dat het vlees haast van het bot valt. Mash’Allah! Ten aanval!


19.15 uur ONE TCHEBOUDJIN COMING UP!
Buiten is het al donker. Ik heb net diouli gëwë (het nachtgebed) gedaan en ondertussen is de tweede kooksessie van Fatou en Ndoya van start gegaan. One tcheboudjin coming up! De geuren van peterselie, knoflook, nettetu en thiof doen ons het water in de mond lopen. De rijstkorrels zijn heel erg fijn, het lijkt net couscous. De DVD van Soleil Levant de Thiès staat nog steeds op. Inmiddels is een tweede film begonnen, “Askanu Laobe”. Wanneer de tcheboudjin (rijst met groenten en vis) wordt binnengebracht, blijft de DVD aanstaan. Dat het geluid zo af en toe niet synchroon loopt, komt wel vaker voor bij Senegalese videoproducties, hetzij theater of clips. Het stoort de feestgangers geenszins, want alle aandacht gaat uit naar de tcheboudjin, dè Senegalese maaltijd bij uitstek. Later op de avond wanneer Yande en Kiné tegen mij aanhangen en dreigen te gaan slapen, besluiten we huiswaarts te gaan. Moussa laadt ons in en rijdt ons linea recta naar huis. Het einde van een heerlijke dag. Voor de eerste keer in Nederland heb ik suikerfeest meegemaakt in een Senegalese ambiance. Zeker voor herhaling vatbaar!

woensdag 2 november 2005

‘k Ruik de suiker

Vanmiddag net wakker van mijn middagslaapje ruik ik de geur van zoete beignets in hete olie. Nog wat duf loop ik de trap af en ga naar de keuken. Daar is sama jabbar Ndoya. Terwijl ze haar beignets bakt, belt ze met een goede vriendin.

Ndoya’s beignets zijn haar bijdrage aan het suikerfeest, dat we incha Allah morgen bij diezelfde vriendin en haar gezin gaan vieren. Met haar rechterhand vormt ze op subtiele wijze bolletjes van het deegmengsel (bestaand uit deeg, suiker, roomboter, eieren, ananasmoes en fleur d’orange) die ze vervolgens langzaam in de hete olie laat glijden. Lekkere trek krijg ik ervan. Ik moet nog een gebed inhalen, dus doe ik de wudu en alhamdulillah! daar koel ik van af. Ik pak mijn sajadah en ga bidden.

Ja, zoals nu is het soms moeilijk me op het verrichten van de salaat te concentreren. Discipline, Abdul, discipline! De salaat is beter dan lekkere trek, de salaat is beter dan lekkere trek. Allahoe Akbar.

dinsdag 1 november 2005

Gevoelsachtbaan

“Ik begrijp dat je prioriteiten liggen bij het ontlasten van je gezin. Maar afgezien daarvan, wat wil je voor jezelf?”

Het is gisterenmiddag. Aan het woord is [---], mijn ‘eigen’ SPV, sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Op randje ramadan heb ik een eerste oriënterend gesprek met een professioneel iemand: nu kan ik incha Allah eindelijk praten over andere dingen dan dat vermaledijde methylfenidaat. Ik neem dat spul nu al ruim vijf maanden, maar nog steeds waart er een spook rond in Europa [sorry ik was even de weg kwijt, in mijn kòp bedoel ik]: het spook van het ADHDisme. Dat spook ziet er uit als een bron van creativiteit, dat ìs het deels ook. Maar het laat me ook constant razen over mijn gevoelsachtbaan – en dat legt een grote druk op mijn gezin.

Het is de eerste keer dat we elkaar treffen maar [---] weet binnen een uur tot de kern door te dringen. Na een stroeve start (maar ja, wat wil je, we kennen elkaar nog helemaal niet) neem ik hem mee naar die gevoelsachtbaan. Af en toe moet ik worden afgeremd, als SPV gespecialiseerd in ADHD komt [---] dat zeker bekend voor. Hij remt niet alleen, maar zonder te pushen stuurt hij ook wat en hè? Sturen? Ik zat toch op die achtbaan? Niet dus. Of in ieder geval, niet meer. Het gesprek neemt druk van de ketel en geeft mij hoop op de toekomst. Het feit dat ik een nieuw traject in mijn jihaadoennafs ben begonnen, doet mij een zucht van verlichting slaken. Alhamdulillahi Rabbil ‘Aalamien! De maand ramadan heeft zich wederom op een bijzondere manier doen gelden in mijn dagelijks leven. Mash’Allah! Het is goed om aan mijn gezin te denken, maar mijn strijd heet niet voor niets jihaadoennafs, een innerlijke strijd in mezelf met mezelf. Dan is de bovenstaande vraag van [---] ook niet meer dan logisch. Nog duizelig van de rit door tig lussen, loopings en kurkentrekkers, sta ik met beide benen op de grond wat heen en weer te zwaaien en antwoord hem kort maar krachtig:

“Voor mezelf wil ik overzicht over, en grip op, mijn gedachten. Ze gaan nu nog steeds alle kanten op, ondanks of dankzij het medicijngebruik, en daar word ik zó moe van.”